Lucas 6,17+20-26 – zr. Elisabeth
welkom en inleiding:
Aan een ieder hier aanwezig een hartelijk welkom in deze viering die we mogen beginnen in de naam van onze vredevolle God: Vader, Zoon en heilige Geest.
In deze viering zullen we verwijlen bij het evangelie van deze zondag waarin Jezus de berg afdaalt en zo naar ons toekomt met een boodschap die ons leven behoorlijk op de kop kan zetten. Dat vraagt wel enig omdenken van ons. Iemand die dit omdenken goed begrepen heeft is broeder Juniperus, een tijdgenoot en medebroeder van Franciscus van Assisi. Over zijn levenswijze horen we in deze viering meer. Laten we nu de omkeringen die we zometeen van Jezus zullen horen zingend verkennen.
uit de Fioretti, Het leven van broeder Juniperus:
Broeder Juniperus koesterde zo veel naastenliefde en medelijden voor arme mensen, dat wanneer hij maar iemand zag die naakt of schaars gekleed liep, hij meteen zijn pij uittrok of zijn kap afdeed om die aan de arme te geven. Daarom gebood de gardiaan hem op gehoorzaamheid dat hij aan geen enkele arme zijn habijt of een deel daarvan zou afstaan.
Een paar dagen later gebeurde het dat broeder Juniperus een arme ziel tegenkwam, die vrijwel naakt rondliep en hem om Gods liefde een aalmoes vroeg. Broeder Juniperus antwoordde hem vol medelijden: Ik heb niets anders voor je dan mijn pij, maar mijn overste heeft me op gehoorzaamheid verboden mijn pij of een deel van mijn kleed aan iemand weg te geven. Maar als jij me mijn pij afneemt, zal ik je niet tegenhouden. Dat was niet tegen dovemansoren gezegd, want terstond trok de arme man hem zijn pij uit, rende ermee weg en liet broeder Juniperus zonder kleren achter. Toen deze bij het verblijf terugkwam en hem werd gevraagd waar zijn habijt was, antwoordde hij: Een goede man heeft het me afgenomen en is ermee vandoor gegaan.
En omdat de deugd van de naastenliefde in hem almaar toenam, was het hem nog niet genoeg om zijn habijt weg te geven, maar schonk hij ook boeken, kerkgewaden, mantels en wat hem maar voor handen kwam weg aan de armen. Om die reden lieten de broeders nooit iets onbeheerd liggen, want broeder Juniperus gaf alles weg voor de liefde en eer van God.
Tot lof van Christus. Amen.
bezinning:
De evangelielezing volgens Lucas begint er vanavond mee dat Jezus de berg afdaalt met zijn apostelen. Wat we niet gelezen hebben, maar wat er een paar verzen eerder staat, is dat Jezus zich de hele nacht terugtrok op de berg om te bidden. Toen de dag aanbrak koos hij uit zijn leerlingen twaalf apostelen en die gaan met Jezus mee de berg af waar hij de zaligsprekingen uitspreekt aan de apostelen, leerlingen en een mensenmenigte. De zaligsprekingen kennen we ook vanuit het Mattheüs en Marcus evangelie. Een verschil is dat de zaligsprekingen bij Mattheüs en Marcus bovenop de berg plaatsvinden. Maar Lucas kiest ervoor om de boodschap vanuit de eenzame stilte van de nacht bovenop de berg, te brengen naar de menigte onderaan de berg. Een boodschap die niet in de hoogte moet blijven hangen, niet een ideaal dat ons te boven gaat, maar die juist naar de mensen in het aardse dal gebracht moet worden, daar waar het leven van alle dag is.
Deze beweging doet mij denken aan het omgekeerd perspectief in de wereld van iconen. De lijnen in een icoon lopen niet naar een verdwijnpunt in de verte zoals je vaak in een schilderij met een horizon ziet, maar bij een icoon komen de lijnen juist naar de kijker toe. Er is beweging naar de toeschouwer van de icoon. Een beweging van het goddelijke naar het menselijke, de boodschap waarover de icoon vertelt vindt haar weg naar het hart van de toeschouwer. En zo komt Jezus ook met zijn boodschap de berg af naar de mensen toe, het goddelijke wordt naar de mens toegebracht.
Het omgekeerde perspectief vinden we ook terug in de zaligsprekingen zelf want ze spreken over een heel andere manier van kijken dan wij doorgaans gewend zijn. Al onze aardse logica wordt op z’n kop gezet. Jezus keert de waarden die in de samenleving gelden, ondersteboven. Hij spreekt zalig zij die arm, hongerig, verdrietig en vervolgd zijn terwijl in onze maatschappij vaak geldt: zalig zij die rijk, verzadigd, gelukkig en geliefd zijn. Jezus’ zaligsprekingen zijn een totale omkering en een prikkelende uitnodiging aan ons om moedig dieper te kijken dan de lege en voorbijgaande oppervlakkigheden om zo bij onze kwetsbaarheid uit te komen. Durf je te zien waar je met lege handen staat, waar je naar verlangt, waar je ongelukkig bent, waar je je niet gezien voelt en durf je dat voor God te brengen in plaats van dat je je dwangmatig hecht aan je bezit, dat je eet om je emoties te onderdrukken, je een lachend masker opzet om je verdriet te verbergen, of jezelf beter voordoet dan je bent? Juist daar op die kwetsbare plekken waar jij je het liefst verbergt of waar je gewoon geen raad mee weet, daar wil God je ontmoeten in hoe jij werkelijk in elkaar zit, daar wil Hij je nabij zijn en zijn vrede brengen. Die vrede kan in ons hart komen als we durven te zien wat ons belemmert en dit durven toe te vertrouwen aan Hem. Dat is waarom Jezus vanavond van de berg af komt: om ons in onze kwetsbaarheid te ontmoeten.
Maar dat kan hij niet helemaal alleen, Hij heeft ons mensen daarbij nodig. Daarmee worden wij allen ook opgeroepen tot solidariteit naar onze naasten toe. Zo wakkert Jezus bij een ieder van ons een open houding aan. Om zelf met open handen te durven staan én om de handen te spreiden naar hen die ons nodig hebben, om hen te laten weten dat we weet hebben van hun nood omdat we het kennen uit eigen ervaring en we ze willen helpen waardig mens te zijn. Zo worden wij allen zalige mensen.
Iemand die de boodschap over de zaligsprekingen vaak op een ongemakkelijke, maar inspirerende manier in de praktijk bracht is broeder Juniperus. Hij staat bekend als een kleurrijke broeder, een vrolijke radicaal die leefde vanuit een eenvoudig en spontaan hart, gericht op liefde en dienstbaarheid. Zijn vertrouwen in God was zo groot dat hij zelfs in tijden van schaarste en moeilijkheden altijd het beste in anderen zag en hen opbeurde. Zo heeft ook Clara van Assisi op haar sterfbed de troostrijke nabijheid van broeder Juniperus mogen ondervinden. Hij was vaak degene die in de gemeenschappen waar hij was de armsten en zwaksten ondersteunde, zijn vreugde kwam voort uit het dienen van anderen in de naam van Christus. Hij laat ons zien hoe het leven eruit kan zien als we ons werkelijk laten vormen door Jezus’ woorden. Het Rijk Gods kan zo tastbaar dichtbij komen, in het bijzonder in en voor de kwetsbaarsten. Juniperus had er lak aan dat zijn medebroeders kwaad op hem werden omdat hij met een innerlijke vrijheid weggaf aan een arme van wat gedacht werd dat niet gemist kon worden.
Zo was Juniperus een levende icoon van God door zelf kwetsbaar te durven zijn én zorg te dragen voor de kwetsbaren. Mogen wij zijn voorbeeld volgen en in het leven van alle dag levende iconen van Gods liefde zijn. Mogen wij zo het wereldse perspectief omkeren zodat God alle ruimte krijgt om een nieuwe werkelijkheid te creëren waarin Zijn zaligheid de harten van alle mensen raken kan.