Jesaja 22,19-23 en Matteüs 16,13-20 – zr. Emmanuël
inleiding:
Zusters en broeders, wij zijn hier samengekomen en verenigd in Zijn Naam: Vader, Zoon en Heilige Geest. Amen.
In 1994 schreef Jürgen Moltmann een boek met de intrigerende titel: ‘Wie is Christus voor ons vandaag?’ Aan de hand van verschillende onderwerpen gaat hij in dat boek in op essentiële vragen over de betekenis van Christus voor de moderne mens.
Wie is Christus voor ons vandaag? Dat is precies de vraag die Christus ons in het Evangelie van deze zondag zelf stelt. Voorbij de vraag naar wat ‘de mensen’ over Hem zeggen vraagt Hij zijn leerlingen – vraagt Hij ons: ‘Wie zeg jij dat Ik ben?’ Wie ben Ik voor jou? Een intrigerende vraag. Een uitdagende vraag. Laten wij deze vraag met ons meenemen, doorheen deze viering, doorheen deze zondag, doorheen ons leven.
bezinning:
In het voorwoord van zijn boek schrijft Jürgen Moltmann: ‘Wie is Christus voor ons vandaag? Van het antwoord op deze vraag hangt de zekerheid van het christelijk geloof af (…). Het antwoord op deze vraag is niet alleen een antwoord van het verstand, maar altijd ook een antwoord van het leven. Het geloof in Christus en de navolging van Christus zijn twee kanten van dezelfde zaak: het leven in de gemeenschap van Christus. Wij hebben op deze vraag een antwoord nodig waarmee wij kunnen leven en sterven.’
Tot zover Jürgen Moltmann.
Als christenen zijn wij uitgenodigd, zijn wij geroepen tot een levende relatie met Christus, tot een leven in gemeenschap met Christus en in Christus. Alleen van daaruit kunnen we immers een antwoord geven op de vraag wie Hij voor ons is.
Moltmann formuleert het sterk: de zekerheid van ons geloof hangt af van het antwoord op die vraag.
Ons geloof in Christus, een zeker en vast geloof, dient altijd een geleefd en levend geloof te zijn, in en vanuit een levende relatie met Hem. En dat geloof dient handen en voeten te krijgen in ons leven van alledag, in onze navolging van de voetstappen van Christus. Heel concreet, hier en nu, in en doorheen alles wat het leven ons vraagt en geeft.
Bij Jesaja hoorden we hoe God de belofte doet zijn dienaar Eljakim te roepen, aan wie Hij de sleutel van Davids huis toevertrouwt. Als hij opendoet zal niemand sluiten, en als hij sluit zal niemand opendoen. De Kerk heeft deze profetie van Jesaja betrokken op Christus en noemt Christus zelf de ‘sleutel van David’. Dit beeld heeft in ieder geval onze zuster Angela aangesproken. Met haar zilveren feest sprak ze haar verwondering uit om de rode draad die ze doorheen de toen vijfentwintig jaren van haar clarissenleven ontwaarde. In haar eigen woorden: ‘Een rode draad van een bijna hartstochtelijk zoeken en vragen wie Christus is, naar een stille, eenvoudige, soms wanhopige en soms stellige zekerheid dat Hij is, dat Hij voor ons bidt en dat Hij voor ieder van ons een deur kan openen die niemand kan sluiten. Hij is de sleutel van David, in Hem is leven, liefde en grazige weide.’
Zo sprak zuster Angela in de vigilie van haar zilveren feest. Ze schreef er de acclamatie bij die we al zongen en zo dadelijk nog zullen zingen.
Voor zuster Angela was Christus de sleutel uit het huis van David. En voor ons? Welk beeld van Christus spreekt ons aan? Wie is Christus voor ons? Ieder van ons is geroepen tot een Godgewijd en biddend leven, tot een hartstochtelijk zoeken en vragen wie Christus is, tot een stille, eenvoudige, soms wanhopige en soms stellige zekerheid dat Hij is.
‘En jij? Wie zeg jij dat Ik ben?’