Lucas 10,1-12+17-20 en 1RegMB 14 – zr. Marijke

Inleiding:

Broeders en zusters,
We mogen ons welkom weten in het huis van de Heer en samen zijn in de naam van de Vader en de Zoon en de Heilige Geest. Amen
De grote kerkelijke feesten laten we achter ons en we voegen weer in bij de 14e zondag door het jaar. Vandaag horen we dat Jezus nadat hij zijn apostelen al had uitgezonden nu ook 72 leerlingen uitzendt om het Koninkrijk van God te verkondigen.
En Hij geeft ze wat richtlijnen mee om op pad te gaan.
Als pelgrims van Hoop onderweg naar dorpen en steden om de blijde boodschap te verkondigen. Vrede moet daarbij hun eerste woord zijn.

Bezinning:

In de bijbel komen we heel veel verhalen tegen met getallen. Deze getallen hebben vaak een betekenis als we ons er verder in verdiepen. Ook hebben ze vaak verbindingen met verhalen uit het Oude of Nieuwe Testament.
Zo horen we vandaag een stuk uit het evangelie met dit keer het getal 72. Heel specifiek 72 leerlingen die Jezus op weg zendt. Sommige vertalingen schrijven 70.
De twee getallen verwijzen naar het boek Genesis hoofdstuk 10 waar staat dat de hele wereld bestaat uit 70 volkeren volgens de Hebreeuwse versie of uit 72 volgens de Griekse versie. Lucas gebruikte de Griekse vertaling en wil met het cijfer aangeven dat Jezus voor alle volkeren van de aarde een zendeling aanstelt om zijn boodschap te verkondigen.

Deze 72 leerlingen krijgen dezelfde zending als de 12 apostelen. Zij werden immers door Jezus ook uitgezonden.
En eigenlijk wordt ieder van ons uitgezonden om het Rijk Gods te verkondigen. Zo zijn we met elkaar missionaire bezig.
We gaan daarheen waar Jezus wenst te zijn. Wij zijn als pelgrims van Hoop, speciaal in dit jubeljaar, ook onderweg om het Koninkrijk van God te verkondigen.
Misschien mogen we de apostelen en de 72 leerlingen ook zien als pelgrims van hoop. Zij vertelden in dorpen en steden over Jezus en het Rijk Gods, zo brachten ze hoop bij de mensen die we kunnen herkennen in de vredesgroet die ons als Franciscaanse familie zeer bekend is. Vrede en alle goeds.

De Heilige Franciscus stuurde zijn broeders twee aan twee op weg, dat hoorden we net al in zijn voorlopige regel.
Ze mochten niets extra’s meenemen zoals het in het Evangelie staat geschreven: Geen beurs, geen reistas, geen brood, geen geld, en geen stok. Bij Franciscus is het strenger dan in het Evangelie, maar de strekking is hetzelfde. De leerlingen en de broeders gaan op weg om te spreken over het Rijk Gods wat nabij is. Dat is de enige rijkdom die ze hebben en die ze kunnen delen en die in alle omstandigheden hun en onze hoop mag zijn.
De Heilige Franciscus vraagt de broeders net als Jezus van zijn leerlingen vroeg om bij elk huis dat ze binnengaan eerst de vrede te wensen. Als pelgrims van hoop.

De vredesgroet hoorden we ook heel speciaal toen Paus Leo voor het eerst op het balkon verscheen. Hij zei: Vrede zij U. Woorden die de verrezen Heer uitsprak toen hij aan zijn leerlingen verscheen. De Paus opende daarmee de deuren van de harten van vele mensen. Hij gaf daarmee midden in ons jubeljaar een heel eenvoudig voorbeeld. Vrede zij U.

Aan het eind van het evangelie lezen we nog iets wat raar over kan komen. De leerlingen komen na hun succesvolle reis enthousiast vertellen over de ervaringen en ook hoe ze duivels hebben uitgedreven. Ze lopen misschien wel een beetje naast hun sandalen en zijn trots op wat zij bereikt hebben. Jezus waarschuwt ze dat ze niet prat moeten gaan op hun successen.
Maar de leerlingen en ook wij moeten ons bewust zijn dat successen niet uit eigen kracht komen, maar vanuit Gods genade. Wie daar vrede mee kan hebben zal ook gemakkelijker de vrede kunnen bevorderen en uitdragen.
Omdat je aanvaardt om met lege handen te staan en met Gods liefde onderweg bent als pelgrim van hoop.