Jeremia 20,7-9 en Matteüs 16,21-27 – zr. Rebecca
inleidend woord:
U allen van harte welkom in deze viering, waar wij bijeen mogen zijn in de Naam van onze God die is: Vader, Zoon en Heilige Geest. Amen.
Het zijn uitdagende lezingen, die de kerk ons deze zondag voorhoudt. Lezingen waarin onze eigen, menselijke logica wordt bevraagd en onderuitgehaald. Lezingen die nog scherper dan anders duidelijk maken, dat de Bijbel in feite een zeer gevaarlijk boek is… Want zodra je het openslaat en echt gaat luisteren, kun je zelf niet buiten schot blijven. Je leven wordt op de kop gezet, iedere keer weer opnieuw. Durf je het aan? Durven wij het vanavond aan, om Gods Woord werkelijk bij ons binnen te laten komen en de gevolgen daarvan te dragen in ons leven en onze levenskeuzes?
Laten we het nu stil maken in onszelf en ruimte maken om te luisteren naar het Woord dat God vandaag tot ons richt.
meditatie:
“Ik weet niet wie – of wat – de vraag stelde. Ik weet niet wanneer zij gesteld werd. Ik herinner me niet dat ik antwoordde. Maar eens zei ik ja tegen iemand – of iets.”
Het zijn woorden van Dag Hammarskjöld, opgetekend in het boek Merkstenen. Maar het zouden evengoed de woorden kunnen zijn van de profeet Jeremia, of van zovelen die in hun leven de weg met God zijn opgegaan. Iets verder in dezelfde tekst schrijft Hammarskjöld:
“Ik besefte dat deze weg naar een triomf voert die ondergang is en naar een ondergang die triomf is, dat de prijs die je ontvangt voor de inzet van je eigen leven smaad is, en dat de diepte van de vernedering de enige verheffing is die voor de mens mogelijk is. Daarna had het woord ‘moed’ voor mij zijn zin verloren, omdat niets me meer ontnomen kon worden.”
De profeet Jeremia spreekt van verleiding door God. God lokt de mens, verleidt ons met zijn schoonheid en het visioen van zijn Rijk waar Hij ons van laat smaken. En het is allemaal echt en waar, die realiteit van Gods Rijk van liefde! Maar pas als we ‘ja’ gezegd hebben en goed en wel met Hem op weg zijn, ontdekken we geleidelijk, zoals Hammarskjöld, dat deze weg dwars tegen onze eigen, menselijke logica indruist, en dat we het zo aantrekkelijke doel ervan alleen kunnen bereiken door de totale afbraak van onszelf met onze eigen ideeën van succes. Het is een ontluisterende ontdekking. Steeds weer proberen we ons leven uit te bouwen naar eigen inzicht – vaak genoeg kan dat zelfs een heel vroom en religieus gevormd inzicht zijn – en iedere keer opnieuw wordt dat door God onderuitgehaald en houdt Hij ons voor: “Gij denkt niet aan de dingen van God, maar aan die van de mensen.”
Menselijk gesproken is de weg van de mens met God per definitie een ondergang. Niet omdat God onze ondergang zou willen, maar precies omdat Hij ons bestemd heeft voor de echte vrijheid van de liefde, die lijnrecht ingaat tegen onze menselijke logica van zelfbehoud. Hoe goed en religieus en spiritueel onze bedoelingen ook zijn, ongemerkt vervallen we iedere keer weer in het willen redden van ons leven, ons zelfbeeld, onze positie. Maar wat God ieder van ons gunt en wil geven, is zo oneindig veel meer: echt leven, eeuwig leven, waar we ons, voorbij aan alle angst, vrij mogen verheugen in de Liefde, die ons ware wezen tevoorschijn kijkt en omarmt, voorbij aan alle beelden. Dit is de triomf en de verheffing waar Dag Hammarskjöld van spreekt. En die alleen te vinden is aan gene zijde van het verliezen van onszelf omwille van Christus en dus zoals Christus ons totaal geven voor de goddelijke Liefde en iedere consequentie daarvan aanvaarden. Daar waar niets ons meer ontnomen kan worden, doordrongen als we zijn van het besef dat wij geheel en al van Hem zijn.