Lezing: Jesaja 56,1+6-7, Romeinen 11,13-15.29-32, Matteüs 15,21-28

inleidend woord:

Zusters en broeders, van harte welkom in deze Vigilieviering. We zijn hier bijeen in de Naam van de + Vader, Zoon en de heilige Geest. Deze zondag maken wij kennis met een vrouw in het Evangelie. Ze blijft naamloos, maar we hebben een heleboel aan haar te danken. Zij weet Jezus ervan te overtuigen dat Hij óók voor andere mensen dan zijn volksgenoten is gekomen. Op zich is het bijzonder dat we getuige zijn van een leermoment van Jezus. En toch.. we kunnen niet zeggen dat dit voor het eerst is dat God oor en oog krijgt voor niet-Joden. Dat zullen we horen in de eerste lezing.
Laten we vandaag vooral vieren dat God er wil zijn voor álle mensen. Dat Hij van ons allemaal houdt en ons allemaal roept, dat we allemaal welkom zijn, dat Hij ons bevrijdt en naar ons luistert.

bezinning:

Ergens heb ik altijd wat moeite met deze Evangelietekst. Jezus vergelijkt een buitenlandse vrouw met een hond. En de vrouw moet dat van hem overnemen, om Hem zover te krijgen haar dochter te genezen. Ja, moeders zijn bereid ver te gaan voor hun kind. Maar anno 2026 had dit Jezus een aanklacht van discriminatie opgeleverd. Maar los hiervan, is dit wel het moment dat Jezus begrijpt dat Hij zijn armen mág openen naar alle mensen, ook de niet-Joden.
Iets wat zijn Vader dus al vele eeuwen eerder had gedaan, zoals we hoorden bij de profeet Jesaja: De vreemdelingen die zich bij de Heer hebben aangesloten, om Hem te dienen en de naam van de Heer te beminnen, om zijn dienstknechten te zijn; al degenen die de sabbat onderhouden, hem niet ontheiligen en vasthouden aan mijn verbond: hen allen laat Ik komen naar mijn heilige berg, en schenk hun vreugde in mijn huis van gebed. Hun brand – en slachtoffers zijn welgevallig op mijn altaar. Want mijn huis zal heten: Huis van gebed voor alle volken.
Álle volken. Geen één uitgezonderd. Het is die universele broeder- en zusterschap waar Clara en Franciscus zich ook al mee verbonden voelden. Voor de duidelijkheid, dus óók de Joden. Paulus schrijft niet dat God de Joden verworpen heeft, maar dat de Joden Jezus verworpen hebben, waardoor de kruisiging kon plaatsvinden én dus de verzoening met de rest van de wereld kon plaatsvinden. Allen zijn we kinderen van God. En alle drie de lezingen van deze zondag jubelen ons dat om de oren.
Maar we mogen er niet in blijven hangen dat ‘alle volken’ kinderen van God zijn. Nee, dan vergeet je algauw dat jíj kind van God bent. En ik. En hij, en zij. Dat besef, dat jijzelf een geliefd kind van God bent, dat mogen we niet vergeten. Keren we nu in de stilte om onze band met God, ons kindschap, te overdenken…